Wat is Tai Chi?
Tai Chi Chuan (Taijiquan) is een eeuwenoude Chinese bewegingskunst met wortels in zowel de krijgskunst als de traditionele gezondheidsleer. Het verenigt vloeiende bewegingen, ademhaling en gerichte aandacht tot één geheel.
Tegenwoordig wordt Tai Chi wereldwijd vooral beoefend ter bevordering van gezondheid en welzijn. De langzame, ronde en continue bewegingen stimuleren de doorstroming van energie Chi (Qi), verbeteren de lichaamshouding en versterken zowel het lichaam als de geest.
Tai Chi bij Long Teng Taiji
Bij Long Teng Taiji worden de principes van Tai Chi op een toegankelijke en zorgvuldige manier in de praktijk gebracht.
De trainingen zijn gericht op:
- het ontwikkelen van een correcte lichaamshouding
- het verdiepen van ademhaling en aandacht
- het versterken van gezondheid en vitaliteit
- het begrijpen van de onderliggende principes
Binnen de training worden houdingen en vormen geoefend.
Houdingen zijn afzonderlijke bewegingen waarbij boven- en onderlichaam samenwerken en vormen zijn vaste reeksen van houdingen die vloeiend in elkaar overlopen.
Het lopen van vormen vormt een belangrijk onderdeel van de training en draagt bij aan het ontwikkelen van balans, coördinatie en concentratie.
Binnen de lessen wordt gewerkt met de Yang-stijl, de oorspronkelijke Chen-stijl en de Wu-stijl. Daarnaast worden ook vormen beoefend waarin invloeden van verschillende stijlen samenkomen.
Betekenis van Tai Chi Chuan (Taijiquan)
Het woord Tai Chi (Taiji) betekent letterlijk “Het Grote Ultieme” en verwijst naar het principe waaruit Yin en Yang ontstaan. Chuan (Quan) betekent “vuist” of “vechtkunst”.
Tai Chi Chuan kan daarom worden vertaald als: “De krijgskunst van het Grote Ultieme.”
In een klassiek geschrift van Wang Zongyue wordt Tai Chi als volgt omschreven:
“Tai Chi ontstaat uit Wuji en is de bron van beweging en stilstand.
Het is de moeder van Yin en Yang.
In beweging scheidt het, in rust verenigt het.”
Aan de basis van Tai Chi Chuan liggen de principes van Yin en Yang en de theorie van de vijf elementen (Wu Xing). In de beoefening worden lichaam, ademhaling en geest met elkaar verbonden, waardoor een harmonieuze samenwerking ontstaat tussen uiterlijke beweging en innerlijke rust.
Oorsprong van Tai Chi
De oorsprong van Tai Chi is omgeven door zowel historische feiten als legendes. In het oude China werden krijgskunsten vaak binnen families of gesloten kringen doorgegeven, waardoor verschillende overleveringen naast elkaar bestaan.
Er zijn vier bekende grondleggers:
- Xu Xuanping (Tang-dynastie): ontwikkelde een vroege vorm met lange, vloeiende bewegingen
- Li Daozi: Daoïstische priester uit het Wudang-gebergte met een interne bewegingsstijl
- Zhang Sanfeng: legendarische monnik, geïnspireerd door het principe dat zachtheid het harde overwint
- Chen Wanting: generaal uit de Ming-dynastie, door historici gezien als grondlegger van het moderne Tai Chi
Ontwikkeling van de stijlen
In de 17e eeuw ontstond in het dorp van de Chen-familie de eerste systematisch vastgelegde stijl: de Chen-stijl. Deze kenmerkt zich door een combinatie van langzame en explosieve bewegingen en stelt hoge eisen aan het lichaam.
Uit deze stijl zijn later andere stijlen voortgekomen, waaronder:
- Yang-stijl (de meest beoefende vorm wereldwijd)
- Wu-stijl
- Sun-stijl
Door de tijd heen werden de bewegingen toegankelijker gemaakt, waardoor Tai Chi zich ontwikkelde van een krijgskunst tot een brede gezondheidspraktijk.
Tai Chi in de moderne tijd
In de 20e eeuw werd Tai Chi verder vereenvoudigd en toegankelijk gemaakt voor een breed publiek. Hierdoor kan tegenwoordig vrijwel iedereen, ongeacht leeftijd of conditie, Tai Chi beoefenen.
Tai Chi draagt onder andere bij aan:
- ontspanning en stressvermindering
- verbetering van balans en coördinatie
- versterking van spieren en gewrichten
- verdieping van ademhaling en energiedoorstroming